
Tjonge, tjonge, ik begin nu toch wel echt oud te worden. I.p.v. gewoon die 5O km naar Wellington te rijden en me daar op een of ander terras te gaan bezatten om mijn 44e verjaardag te vieren (zoals ik vroeger zeker gedaan zou hebben), besluit deze knaap om op zijn feestdag van het jaar gewoon gezellig naar wat beestjes en landschappen te gaan kijken.
Een honderdtal kilometer door een golvend, maar wel fantastisch mooi landschap gereden omdat ik in één of ander boekje had gelezen dat er in de buurt van Cape Palliser zich een kolonie pelsrobben zou ophouden. Eerst waren ze wat moeilijk te vinden, omdat die dikhuiden goed gecamoufleerd zijn. Ze hebben zowat dezelfde kleur van pels als de rotsen waarop ze liggen. Op een gegeven moment trapte ik zelfs bijna boven op zo’n beest, maar zijn gebrul, omdat ik te kort bij was gekomen, maakte me snel verschrikt terugdeinzen.

Daar dan ook nog de ellenlange trap naar de vuurtoren beklommen, omdat het uitzicht daar waarschijnlijk voortreffelijk zou zijn.
En dan op terugweg ook nog een uur lang door een rivierbedding gebaggerd en gestrompeld (en mijn voeten opengehaald aan die verdomde keien) om de Putangirua Pinnacles te bezichtigen, omdat daar een scène van ‘Lord of the Rings’ is opgenomen. (voor de fans ‘Dimholt Road’ in de film).Nu, ik moet zeggen dat het allemaal dik de moeite waard was en dat ik er van genoten heb, ondanks dat dit zowat de bloedheetste dag was sinds we in NZ zijn en ik liters zweet heb achter gelaten. De zoektocht naar een camping in de buurt van Wellington was er eigenlijk wat te veel aan (de jaren beginnen te tellen, hé, en den dezen begon wat moe te worden), maar een voortreffelijk etentje bij de plaatselijke Thai en de paar pinten daarna hebben deze dag toch weer mooi afgesloten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten