Volgende week maandag begint de sleur van het dagelijkse werk weer, dus we hebben nog een weekje om te recuperen.
Bijgevoegd nog enkele fotootjes, die ik gemaakt heb in Auckland Zoo.

Een reisdagboek over onze reis door Nieuw Zeeland.

Al weer enige dagen geleden dat ik nog een berichtje geplaatst heb. Nu, dat heeft zijn redenen. Zoals ik al eerder had gemeld, was ik een beetje door de inspiratie van reisdoelen geraakt. We hebben, naar mijn bescheiden mening alles gedaan en gezien in Nieuw-Zeeland, wat er gedaan en gezien moest worden. Ik moet er bij zeggen, dat het wel echt de max was. Nog nooit een land mogen aanschouwen met zoveel verscheidenheid in fauna en flora.
boven : Mount Tongariro
hiernaast : Mount Ruapehu
Bij Mount Reapehu : 'Mordor' van The Lord of the Rings
Nog eens Mordor

Aan de oostkaap vind je in Te Araroa de grootste Pohutukawa boom van het land. (zie foto) Hij telt 22 stammen. Rond Kerstmis staat zo,n boom in bloei met duizenden rode bloemen.

Waitomo Glowworm caves was echt een wonderbaarlijke belevenis. Alleen spijtig dat het er verboden was foto's te nemen op de meeste plaatsen. Nu, als je mij kent weet je dat ik me daar toch niet echt aan zou houden. Maar het is wel echt moeilijk om in een pikdonkere grot stiekem foto's te maken, zonder je flits te kunnen gebruiken. De meesten zijn dan ook waardeloos en niet om aan te zien. Spijtig. Daarom heb ik hiernaast een foto geleend van de Spellboundwebsite, de firma waarmee we de tour gemaakt hebben. Het geeft een beeld van hoe we door de grotten gevaren zijn. Ook voor meer uitleg over gloeiwormen kan je op hun website terecht.
’s Anderdaags dan ook meteen richting noorden verder gereden,waar we 2 dagen overnacht hebben in Oakura, een pittoresk plaatsje aan de Taranaki kust, dat vooral bekend staat om zijn fraaie zonsondergangen (Oakura is Maori voor ‘plaats van flitsende roodheid’ – zie ook foto)
En, zoals elke keer op deze reis, de tweede dag schitterend weer en je zag de berg perfect liggen. (zie foto). Tijd om de wandelschoenen aan te binden, dus. Na een eerste tochtje van een half uur door het bos aan de voet de berg, hebben we ons aan een 2e track gewaagd die 2 uren duurde. Het eerste uur was werkelijk adembenemend. Maar dan wel letterlijk, want het was constant klimmen. (of zou die fles wijn van daags daarvoor tot ademmoeilijkheden geleid hebben ?). Maar goed dat het wandelpad toen draaide en met zijn afdaling begon, anders vrees ik dat we hadden moeten opgeven.
Het Abel Tasman National Park is met zijn 225 km² het kleinste park van Nieuw-Zeeland, maar wel één van de mooisten. Het heeft een mild klimaat, goudgele stranden en zandige riviermondingen omringd door natuurlijk bos.
Omdat we de laatste maanden vooral het voeten- en beenwerk getraind hadden, vond ik dat het nu eens tijd werd om de armspieren wat werk te geven. We hebben een zeekajak gehuurd voor een dag en kozen ’s morgensvroeg met volle moed het ruime sop.
Nu heb ik wel wat riviertjes als de Dommel, de Lesse en de Ardeche afgepeddeld, maar op zee ben ik ook een groentje. Hilde was volledig nieuw in het kajakken.

Heli-Hiking wil zeggen dat ze je met een helikopter tot midden op de gletsjer brengen. Daar maak je, begeleid door een gids, een tocht van 2 uur door de spleten, pieken en blauw-ijs grotten. Je zou denken dat een gletsjer gewoon één grote ijsvlakte is, maar niets is minder waar. De speciale ijsschoenen en het houweeltje, waarvan je voorzien wordt, komen echt wel van pas. Het is een tocht van klimmen en afdalen over een zeer grillig ijsparcours. Dan komt de helikopter je terug oppikken en krijg je voor de 2e keer een fantastisch uitzicht vanuit de lucht.
Nu weet ik ook wel dat het extreem veel regent in deze regio (5000 mm per jaar in Franz Jozef Village). Ze noemen het hier niet voor niets regenwoud. En ja hoor, toen wij hier aankwamen, viel de regen met bakken uit de lucht, alle vluchten voor die dag waren afgelast en beterschap was niet echt voorspelbaar.
Tegen beter weten in, hebben we dan toch maar de gok gemaakt om een tocht te boeken voor ’s anderdaags namiddag (voormiddag was al volgeboekt).Je moet dus niet mooi zijn om geluk te hebben. ’s Anderdaags werden we wakker onder een stralende zon en die is de ganse dag blijven schijnen.
Het blijft moeilijk om te selecteren tussen de tientallen beelden die ik weer aan het grote archief heb toegevoegd, maar bijgevoegde foto’s laten hopelijk zien welke pracht we nu weer hebben mogen aanschouwen


Het meest opwindende wat wij hier hebben gedaan is de beklimming van Bob’s Peak. Daar waar normale toeristen de Skyline Gondola instappen (die stijgt 450 meter, is 730 meter lang en doet er zo’n drie minuten over), dachten wij lekker geld te besparen door dat stukkie effen te voet af te leggen. We beginnen meer en meer op zuinige Nederlanders te gelijken. Echte sportmensen (kuch, kuch) als we zijn, telden we al uit dat te voet gaan equivalent was aan 4 pakjes sigaretten. (En die zijn duur hier, hoor)
’t Was echt wel steil geweest, met op momenten halsbrekende toeren. Maar de voldoening was dan ook des te groter, toen we boven van het adembenemend uitzicht konden genieten.





Foto 2 : Dunedin Railway Station
Foto 3 : Otago Peninsula
Dit 24 km lange schiereiland heeft zowat alles te bieden, waaronder zeldzame en vreemde dieren, historische gebouwen, beboste tuinen en een spectaculair haven- en kustgebied.
Hier een panoramafoto van Hoopers Inlet.
Foto 4 : Koningsalbatros
Taiaroa Head, op het oostelijk einde van het schiereiland Otago, heeft de enige Royal Albatros kolonie ter wereld die broedt op het vasteland. Een dagje wachten, tot er een stevig windje opstak, heeft geloond en ik heb menig albatros (spanwijdte vleugels = 3 meter) zien overvliegen. Beetje moeilijk om scherp te stellen en een zuivere foto te nemen met de snelheid van die monstervogels, maar toch zijn er enkele gelukt.
Foto 5 : Geeloogpinguïn
Ondertussen heb ik al op een viertal plaatsten (Oamaru, Otago, Nugget Point en Curio Bay) deze zeldzaamste pinguïn ter wereld mogen bewonderen als hij juist voor zonsondergang uit de zee komt om zijn jongen te gaan voederen. Deze zeer schuwe beestjes zijn, in tegenstelling tot andere soorten pinguïns, nogal solitair en asociaal. Je zal ze altijd op hun eentje zien, nooit in groep.
Foto 6 + 7 : Catlins – Nugget Point
Een vuurtoren uit 1869 houdt de wacht op de kaap. ’t Is de enige plaats in NZ waar zeehonden, pelsrobben, zeeleeuwen en zeeolifanten samenhokken. Ook kolonies Jan-Van-Gents, Aalscholvers, Pijlstormvogels, blauwe pinguïns en geeloogpinguïns nestelen hier.
Zéér hoge kliffen, zodat mijn zoomlens tekort schoot om duidelijke foto’s van al dit wildleven te maken. (Tip voor toekomstige NZ-reizigers : breng een goede verrekijker mee !)
Foto 8 : Catlins - McLean Falls
Een wandeling van een halfuur door de bossen voert naar de McLean Falls, waar de Tautuku een indrukwekkende val van 22 meter maakt.

Toch was die boottrip echt de moeite. Weer een resem zeehonden gezien, veel vogels (aalscholvers op de foto) en zelfs een enkele pinguïn. Het volledige schiereiland was ronduit prachtig om aan te zien, met rotsige vulkanische uitlopers, woeste kapen, diepe dalen, steile kliffen, prachtige baaien, pittoreske dorpjes en panoramische uitzichten.
Lake Tekapo, Lake Pukaki.
Ik heb een mooi plekje beschut tegen de wind gevonden en we hebben voor de rest van de avond niets of niemand meer gezien behalve wat vogels. Lake Tekapo en Lake Pukaki zijn uitzonderlijk mooie en heldere meren. De opvallende blauwe kleur van het water wordt veroorzaakt door ‘rotsmeel’ – fijngemalen deeltjes die door de gletsjer aan de kop van het meer worden aangevoerd en in het smeltwater blijven zweven. Lake Tekapo is de toeristische plek om te gaan zwemmen, zeilen, kajakvaren, vissen en hanggliden. Na een tip van de mevrouw in het tankstation, wist ik echter een mooie wegeltje door een desolaat gebied te vinden dat ons naar ons overnachtingsplekje aan Lake Pukaki bracht met een adembenemend uitzicht op Mount Cook en de Nieuw-Zeelandse Alpen.
Mount Cook National Park en Oamaru
Oamaru is de plaats waar we halt hebben gehouden. Het is een mooie stad in Noord-Otago met brede omzoomde straten en een collectie historische gebouwen. Er leeft hier een kolonie blauwe dwergpinguïns en een kolonie geeloogpinguïns, die je bij het vallen van de avond kan zien terugkeren naar hun broedplaatsen. Nu ja, de beestjes zijn nogal schuw en je moet echt een grote afstand houden om ze te kunnen observeren. Na lang wachten en goed kijken hebben we toch een viertal geeloogpinguïns over het strand zien hobbelen. De blauwe dwergpinguïns hebben we gelaten voor wat ze zijn, wegens te commercieel uitgebuit en een verbod om foto’s te maken.